Hoe lees je een ingrediëntenlijst?
Het is niet eenvoudig om een ingrediëntenlijst te lezen. Ik deel graag enkele tips die je daarbij helpen.
Wat is een ingredientenlijst of inci-lijst?
Iedere producent die in Europe een product op de markt brengt is verplicht om op zijn verpakking de "inci"-lijst te vermelden, dit is een afkorting voor International Nomenclature Cosmetic Ingredient.
De Incilijst is een lijst van de Engelse namen van de ingrediënten in volgorde van aanwezigheid in het product. Met andere woorden, het ingrediënt met de hoogste concentratie staat het eerste, het ingrediënt met de laagste concentratie staat het laatste.
Voor planten worden de Latijnse Wetenschappelijk namen gebruikt, deze kunnen anders zijn dan hoe jij gewoon bent een ingrediënt te benoemen. Om een eenvoudig voorbeeld te geven, water tref je aan onder de naam Aqua. Aqua staat vaak als eerste ingrediënt, is dit a priori slecht? Neen, maar het kan ook vervangen worden door Aloë Barbensis... en dat is Aloë Vera extract, wat zachter is voor de huid, dan puur water.
Welke ingredienten checken op de inci-lijst?
1. Parfum ivm Gevoelige huid?
In het salon hoor ik vaak mensen vertellen, "Ik ben allergisch aan parfum." Deze klanten vermijden alle skincare of make-up waar het woordje parfum opstaat. Maar, parfum is een verzamelnaam voor geurstoffen, natuurlijk en synthetisch.
"Parfum" (of "fragrance") op een INCI-lijst is een verzamelnaam, geen los ingrediënt. Achter die ene term kan een mengsel van tientallen tot honderden geurstoffen zitten: synthetische geurmoleculen, essentiële oliën, oplosmiddelen, fixatieven en soms zelfs UV-filters of stabilisatoren die specifiek voor het parfumdeel nodig zijn. Fabrikanten mogen die volledige samenstelling verborgen houden — het geldt wettelijk als bedrijfsgeheim, om te voorkomen dat concurrenten de exacte formule kunnen namaken.
Het probleem is dat een deel van die geurstoffen bekende contactallergenen zijn: stoffen waarvan is aangetoond dat ze bij een deel van de bevolking huidirritatie of allergische reacties kunnen veroorzaken.
- Om consumenten met een allergie de kans te geven ze te herkennen en te vermijden, verplicht de EU-cosmeticaverordening (EG 1223/2009, bijlage III) dat die specifieke stoffen — zoals limonene, geraniol, linalool, citral, eugenol — apart met hun eigen INCI-naam vermeld worden zodra ze boven een bepaalde concentratie zitten (0,001% in leave-on producten zoals dagcrème, 0,01% in rinse-off producten zoals douchegel), ook al maken ze technisch deel uit van het "parfum"-mengsel. Ze staan dus dubbel op de lijst: verwerkt in "parfum" én apart genoemd als individueel allergeen.
- In verband met limonene en linalool laat dermatologisch onderzoek zien dat zij in hun zuivere, verse vorm eigenlijk zwakke allergenen zijn. Het probleem ontstaat tijdens oxidatie, vanaf dan veroorzaken zij bij mensen MET contactallergiën slechts bij 1,6% tot 11% een reactie. Op de totale bevolking, dus ook mensen ZONDER contactallergiën, is dit percentage verwaarloosbaar.
Daarom vind ik het vaak jammer, dat producten die deze natuurlijke geurstoffen bevatten worden zo vaak a priori uitgesloten, dat terwijl er mogelijk geen risco is.
Is parfum altijd synthetisch?
Neen, maar op de incilijst moet niet vermeldt worden wat het precies inhoudt, behalve als je bepaalde concentraties overschreidt voor bepaalde stoffen.
Hoe weet ik dan dat een producent natuurlijke geurstoffen gebruikt?
Dit is de reden waarom ik mijn leveranciers zorgvuldig kies en nooit met een verdeler werk, maar altijd rechtstreeks. Je kan dit enkel op basis van vertrouwen weten! Met iedere leverancier ga ik in gesprek, meestal met de oprichter. Je voelt heel snel aan iemand wat zijn filosofie is en hoe hij/zij staat tegenover productie en ingrediënten.
2. Silicone?
Herkennen van silicone is vrij simpel: silicones eindigen bijna altijd op -cone, -conol, -siloxane of -silane. Meest voorkomend zijn dimethicone, cyclopentasiloxane, cyclohexasiloxane, dimethiconol, phenyl trimethicone, amodimethicone en varianten met "crosspolymer" erachter (bv. dimethicone crosspolymer). Als je zo'n uitgang ziet, zit je vrijwel altijd goed.
Over het "waarom vermijden" ligt de zaak genuanceerder dan de gangbare online reputatie doet vermoeden — en dit is een plek waar ik het gepaste voorbehoud wil maken. De meest gehoorde reden om silicones te mijden is dat ze poriën zouden verstoppen en huidproblemen zouden veroorzaken. Dat is echter niet zo, silicones verstoppen de poriën niet en zijn vaak non-comedogeen. Ook toezichthouders (EU SCCS, Health Canada, US Cosmetic Ingredient Review) beoordelen silicones als veilig voor de huid.
Waarom zou je ze dan willen vermijden? Dat is om de milieu-impact — niet huidgezondheid. Cyclische silicones (D4, D5, D6 — cyclotetra-, cyclopenta- en cyclohexasiloxane) zijn slecht afbreekbaar en kunnen zich opstapelen in waterecosystemen. De EU heeft daarom sinds 2020 D4 en D5 beperkt in rinse-off producten (bv. douchegel, shampoo) — een milieumaatregel, geen huidveiligheidsoordeel. Voor Ilse de Beauté is dat dus een bewuste keuze over milieu-impact, niet zozeer over wat het met je huid doet.
Daarnaast zijn er verscheidene redenen waarom mensen ze niet fijn vinden: het occlusieve, "gladde" gevoel kan zwaar aanvoelen op vette huid, silicones kunnen "pillen" onder make-up. Bovendien vermoed men dat een silicone-laag de opname van actieve stoffen die je daarna aanbrengt kan vertragen.
Kortom: de populaire "silicones verstoppen je poriën"-claim houdt weinig stand tegen het beschikbare bewijs; het echte discussiepunt zit bij milieu (specifiek D4/D5) en persoonlijke voorkeur qua gevoel op de huid.
3. Phtalaten
Herken je aan namen als Diethyl Phthalate (DEP), Dibutyl Phthalate (DBP) of Diethylhexyl Phthalate (DEHP) — maar in de praktijk zie je ze zelden voluit op een INCI-lijst staan. Ftalaten worden vooral gebruikt als weekmaker in nagellak en als fixatief om een geur langer te laten hangen. En daar zit meteen de crux: net als bij punt 1 verstopt DEP zich vaak binnenin het woordje "parfum", zonder apart vermeld te worden, omdat het als onderdeel van de geurformule geldt.
Dit is een categorie waar de vrees, in tegenstelling tot silicones of mineral oil, wél stevig onderbouwd is. DBP en DEHP worden door de Europese Commissie erkend als hormoonverstorend en zijn al jaren verboden in cosmetica als CMR-stof (kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch). DEP ligt genuanceerder: het is nog toegestaan, ondanks dat onderzoek ook hier op hormoonverstorende werking wijst — precies omdat het zich vaak schuilhoudt in "parfum" en daardoor moeilijker te reguleren en te traceren is.
Kortom: in tegenstelling tot silicones of mineral oil is dit een categorie waar voorzichtigheid wél terecht is — al blijft ze lastig te herkennen zolang ze achter "parfum" verstopt zit.
Goed nieuws de parfum die je bij Ilse de Beauté shopt bevat geen phtalaten!
4. Sulfaten
Herken je aan Sodium Lauryl Sulfate (SLS), Sodium Laureth Sulfate (SLES), of de ammonium-varianten. Dit zijn de schuimende reinigingsstoffen in shampoo, douchegel en reinigingsgels.
SLS kan bij langdurig contact en hogere concentraties (boven ongeveer 1%) irriterende contactdermatitis veroorzaken en de huidbarrière verstoren — vooral bij een droge of eczeemgevoelige huid. SLES is milder van aard, maar het productieproces (ethoxylering) kan sporen van 1,4-dioxaan achterlaten, een stof die als mogelijk kankerverwekkend geldt. Het Europese SCCS oordeelt dat sporen onder 10 ppm veilig zijn — de kwaliteit hangt dus vooral af van hoe zorgvuldig een fabrikant zuivert, niet van de sulfaat op zich.
Kortom: geen reden tot paniek bij een gezonde huid, maar wel een terechte reden voor wie een gevoelige of eczeemgevoelige huid heeft om voorzichtig te zijn — en een goede reden om te kiezen voor leveranciers die transparant zijn over hun zuiveringsproces.
En toch, ikzelf ben door de jaren, door herhaaldelijk gebruik van courante shampoos op mijn hoofdhuid hier extreem gevoelig voor geworden. Gebruik ik shampoo met sulfaten, ontwikkel ik schilfers door het exzeem. Vermijd ik sulfaten, heb ik een rustige hoofdhuid. Eerlijkheidshalve vermijd ik ook silicone in conditioners, omdat dit voor veel product build up kan zorgen en zo ook voor irritatie. In de shampoo bars van Wondr vind je absoluut geen sulfaten, noch siliconen, dat is dus een win-win!
5. Microplastics
Dit gaat niet over één los ingrediënt, maar over de fysieke vorm van een stof: vaste, wateronoplosbare, niet-afbreekbare polymeerdeeltjes kleiner dan 5 mm. Denk aan scrubkorrels in exfoliërende reinigers, of bepaalde poederachtige vulstoffen in primers en make-up die een "soft-focus"-effect geven.
Sinds 2023 verbiedt de Europese REACH-verordening (2023/2055) het opzettelijk toevoegen van deze deeltjes aan cosmetica, met een uitfasering die loopt tot 2029 voor leave-on producten en tot 2035 voor make-up. Let op: dit is iets anders dan de silicones uit punt 2 — de meeste silicones in skincare zijn vloeibaar, geen vaste deeltjes, en vallen dus niet onder deze microplasticsdefinitie.
Kortom: check vooral exfoliërende producten en poeders op korrelvormige vulstoffen; bij vloeibare formules zoals serums en crèmes speelt dit veel minder. Ook hier garanderen we dat er bij Ilse de Beauté geen microplastics in de producten zitten!
6. Agressieve bewaarmiddelen
Dit is voor mij een van de weinige categorieën waar de bezorgdheid volledig terecht is, en waar je gerust kritisch mag zijn. Let op namen als Methylisothiazolinone (MIT of MI), Methylchloroisothiazolinone, DMDM Hydantoin, Quaternium-15, Imidazolidinyl Urea, Diazolidinyl Urea of Sodium Hydroxymethylglycinate.
Methylisothiazolinone veroorzaakte tussen 2005 en 2013 een ware epidemie van contactallergie in Europa — dermatologen noemden het zelfs "Allergeen van het Jaar 2013". De EU greep daarop in 2017 in: MIT is sindsdien verboden in leave-on cosmetica en beperkt toegestaan in rinse-off producten.
Stoffen zoals DMDM Hydantoin en Quaternium-15 behoren tot de zogenaamde "formaldehyde-afgevers": ze werken als bewaarmiddel door doorheen de houdbaarheid van het product kleine hoeveelheden formaldehyde vrij te geven — een erkend allergeen en huidirriterende stof.
Phenoxyethanol (INCI: Phenoxyethanol) hoort eigenlijk niet helemaal thuis in hetzelfde rijtje als MIT of de formaldehyde-afgevers, en dat nuanceverschil is de moeite waard. Het is een van de meest gebruikte bewaarmiddelen juist omdat het als mild alternatief geldt voor de agressievere stoffen hierboven, en het Europese SCCS beoordeelt het als veilig tot een concentratie van 1%. Er is wél één specifieke beperking: sinds 2016 mag het niet meer gebruikt worden in producten voor de luierstreek bij kinderen onder de 3 jaar, na bezorgdheid over de opgetelde blootstelling in die specifieke context. Buiten die uitzondering geldt phenoxyethanol als een van de rustigere namen die je in dit rijtje kan tegenkomen.
Kortom: dit is een categorie waar ik zelf ook echt op let bij het kiezen van leveranciers, al is niet elk bewaarmiddel hier over dezelfde kam te scheren — phenoxyethanol is de relatief milde uitzondering, MIT en de formaldehyde-afgevers zijn waar het stevige dermatologische bewijs zit.
7. Alcohol
Dit is misschien wel de grootste bron van verwarring op een INCI-lijst, omdat "alcohol" twee compleet verschillende families van stoffen kan betekenen.
Aan de ene kant heb je vluchtige, drogende alcoholen: Alcohol Denat., Ethanol, Isopropyl Alcohol. Die verdampen snel, kunnen de huidbarrière verstoren en werken uitdrogend bij hogere concentraties — hier is voorzichtigheid bij een droge of gevoelige huid dus terecht.
Aan de andere kant heb je vetalcoholen: Cetyl Alcohol, Stearyl Alcohol, Cetearyl Alcohol, Behenyl Alcohol. Dit zijn juist verzachtende, beschermende stoffen die de huid helpen vocht vast te houden — het tegenovergestelde van drogend. Chemisch gezien hebben ze weinig gemeen met de drogende alcoholen, behalve de naam. Zelfs de Amerikaanse FDA staat toe dat producten die uitsluitend vetalcoholen bevatten zich "alcohol-free" mogen noemen.
Kortom: niet elke "alcohol" op de lijst is reden tot argwaan — check of het om een korte, vluchtige alcohol gaat, of om een vetalcohol met een langere naam.
8. Parabenen
Een categorie die ik in dit lijstje niet wil overslaan, want het is misschien wel de meest gevreesde term van de voorbije vijftien jaar. Herken je aan de uitgang -paraben: Methylparaben, Ethylparaben, Propylparaben, Butylparaben.
De vrees ontstond na een onderzoek uit 2004 dat parabenen terugvond in borsttumorweefsel, in combinatie met hun zwak oestrogene werking. Latere, uitgebreidere reviews vonden echter geen causaal verband met kanker bij de concentraties die in cosmetica worden gebruikt. De EU heeft wel selectief ingegrepen: Isopropyl-, Isobutyl-, Fenyl-, Benzyl- en Pentylparaben zijn sinds 2014 verboden wegens onvoldoende veiligheidsdata, en Propyl- en Butylparaben zijn beperkt in concentratie. Methyl- en Ethylparaben — de meest gebruikte — gelden nog steeds als veilig volgens het Europese SCCS.
Kortom: net als bij silicones is de volksverhalen-versie van dit onderwerp groter dan het onderliggende bewijs, al zijn een paar specifieke varianten terecht aangepakt. Hoe dan ook bevat ons aanbod geen parabenen.
9. Mineral oil
Herken je aan Paraffinum Liquidum, Mineral Oil, Petrolatum of Cera Microcristallina. Samen met silicones is dit een van de meest gevreesde termen op een INCI-lijst — al zijn niet alle bezwaren even sterk.
De angst rond mineral oil komt voort uit het beeld van ruwe, ongeraffineerde aardolie — vervuild met PAK's, kankerverwekkende stoffen. Maar cosmetica-grade mineral oil en petrolatum ondergaan een strenge zuivering die deze PAK's verwijdert. Gezuiverd petrolatum is niet-comedogeen en wordt door dermatologen zelfs actief aanbevolen voor huidbarrièreherstel. De EU verplicht bovendien dat de volledige zuiveringsgeschiedenis bekend en PAK-vrij bewezen moet zijn — een garantie die in bijvoorbeeld de VS niet wettelijk verplicht is.
Twee kanttekeningen blijven wel overeind staan, ook al is de "gevaarlijk voor je huid"-mythe grotendeels ontkracht.
De eerste is milieu-impact: mineral oil is een aardolie-derivaat, dus een niet-hernieuwbare grondstof. De winning en raffinage ervan dragen bij aan de ecologische voetafdruk van de fossiele brandstofindustrie (CO2-uitstoot, risico op bodem- en waterverontreiniging), en het product zelf is nauwelijks biologisch afbreekbaar — wat via rinse-off producten in het afvalwater terechtkomt, blijft lang aanwezig in het milieu. Duurzamere alternatieven zoals squalaan (tegenwoordig gefermenteerd uit suikerriet of olijven) bieden een vergelijkbaar huidgevoel zonder die petroleum-herkomst.
De tweede kanttekening is specifiek voor lipverzorging, en dat is een terechte opmerking: een lippenbalsem eet je in zekere zin op. Onderzoek schat dat een gemiddelde gebruiker via dagelijks gebruik van lipproducten zo'n 20 gram balsem per jaar binnenkrijgt. Bij mineral oil gaat het om twee soorten koolwaterstoffen: MOSH (verzadigd, minder zorgwekkend) en MOAH (aromatisch), waarvan een deel door EFSA als potentieel genotoxisch en kankerverwekkend wordt beschouwd. Goed gezuiverde, cosmetica-grade mineral oil hoort deze MOAH-fractie grotendeels kwijt te zijn, en de geschatte inname via lipverzorging blijft ruim onder de aanvaardbare dagelijkse inname. Maar bij een ingrediënt dat je letterlijk opeet, weegt de zuiveringskwaliteit van je leverancier dus extra zwaar — zwaarder dan bij bijvoorbeeld een dagcrème.
Kortom: de "verstopt je poriën"-mythe klopt niet, maar milieu-impact en — specifiek bij lipproducten — de zuiveringskwaliteit met het oog op inname blijven legitieme aandachtspunten.
Slot
Als je deze lijst overziet, valt er een patroon op: niet elke gevreesde term verdient evenveel argwaan. Silicones, mineral oil en de meeste parabenen zijn stoffen waar de reputatie hen slechter maakt dan het bewijs rechtvaardigt. Ftalaten, agressieve bewaarmiddelen zoals MIT, en sulfaten bij een gevoelige huid zijn daarentegen categorieën waar voorzichtigheid wél op zijn plaats is.
Het verschil zit niet in "natuurlijk versus synthetisch", maar in drie vragen die ik mezelf ook stel bij elk product dat ik aanraad: in welke concentratie zit de stof, hoe gevoelig is de huid waarvoor het bedoeld is, en hoe transparant en zorgvuldig is de fabrikant over zijn zuiverings- en productieproces? Een INCI-lijst geeft je de namen — maar de context daarachter krijg je pas via vertrouwen in je leverancier, en dat is precies waarom ik zelf nooit via een verdeler werk, maar steeds rechtstreeks met de makers in gesprek ga.
Twijfel je over wat goed voor jou huid is, boek een Glow and Go momentje via onze website voor persoonlijk advies of vul onze skin-test in!